Geschiedenis

Oorspronkelijke plan van de Koninkelijke Bloemist, 1899.

Op het einde van de 19e eeuw kocht Koning Leopold II tientallen
eigendommen op die gelegen waren op het oude domein van Ter Plast,
vlakbij zijn residentie van Stuyvenberg.
Hij vormde ze om tot één geheel teneinde er
"de bloemist van mijn serres en de huizen van de tuiniers in onder te brengen (. . .)"
De plaats die ons betreft is ongeveer 7 hectare groot en maakte dus deel
uit van een uitgestrekt domein met een tuinbouwkundige bestemming.
Hiertoe behoorden ook de huidige Koloniale tuin en het Sobieskipark.

Het huidige Sobieskipark werd ingericht als Koninklijke Fruittuin met
een boomgaard en serres met druivelaars, terwijl in de Koloniale Tuin
serres werden opgetrokken om er een aangepaste klimaatsomgeving
te creëren voor de uit Kongo aangevoerde planten.
Op het deel van het terrein waarover het hier gaat, de zogenaamde "Bloemist",
wilde de Koning serres laten bouwen voor het kweken van sierbloemen.
Er zou ook een siertuin in het verlengde van het Stuyvenbergpark worden aangelegd.
Oorspronkelijk bestond de site uit twee delen, die van elkaar werden
gescheiden door een aanzienlijk hoogteverschil (trouwens, vanop
het hoogst gelegen gedeelte kan men vandaag nog genieten van een van
de mooiste panorama's van Brussel).
Op vraag van de Koning geeft architect Lainé vorm aan het project,
zoals blijkt uit zijn plannen van 1890, 1896 en 1897.
De werken om de tuinen en serres van "de Bloemist" aan te leggen, worden
in 1900 voltooid.

De tuiniers in de jaren vijftig

Na de dood van Leopold II in 1909, wordt de Koninklijke Schenking eigenaar van
het complex. Zij verhuurt de site door aan een plaatselijke boomkweker die
de aanpalende terreinen reeds in gebruik had.
Het belang van de site voor zijn omgeving blijkt ook uit de wijze waarop de namen
van de nabijgelegen straten in de loop der jaren mee zijn geëvolueerd.
Zo is de vroegere tuiniersweg de Tuinbouwersstraat geworden.

Begin jaren vijftig vertrouwt de Koninklijke Schenking het tuinbouwkundig
onderhoud van de site toe aan de Staat. Deze kweekt er de planten om
de Brusselse parken mee te verfraaien.
In 1969 wordt de oude boomkwekerij van 3 ha, die gelegen is in het lagere
gedeelte onder de serres, verkocht aan het OCMW van Brussel.
Op die wijze wordt het terrein herleid tot zijn huidige afmetingen.
Op dat moment zijn de waterbassins - die volgens getuigen werden opgevuld
in de jaren zestig - reeds verdwenen. Ook de serres vervallen zienderogen.

Wanneer het BIM in 1993 het beheer van de site overneemt, wordt deze
verder gebruikt bij het onderhoud van de groene ruimten van
het Brussels Gewest (boomkwekerij, opslagruimte).

In 1995 stopt het BIM om diverse redenen met het kweken van zijn eigen
planten waardoor de serres definitief buiten gebruik worden gesteld.
Er wordt ook gestopt met de beplanting van het hoogste terras.
Maar dan groeit het idee om de site tot demonstratieproject om te bouwen
en wordt een project in die zin uitgewerkt.

Begin